Oud-Katholieke parochie Haarlem

April | Pasen vieren vanuit de toekomst

In veel Paasliederen wordt bezongen, dat Pasen het begin is van de vernieuwing van de schepping. “Welkom, blijde Paasdag, door de Heer gemaakt, die geeft dat de schepping uit haar slaap ontwaakt” (637:2), “dat heel de schepping weer ontwaakt uit haar betovering” (649:3), “tot over ’t ganse wereldrond de nieuwe morgen gloort” (655:2), “nu straalt ons in het morgenrood zijn toekomst tegemoet” (655:4), “die in zijn verrijzenis alles herschapen heeft” (655:8).

Niet alleen de gelovige hier ter plaatse, niet alleen de wereldwijde kerk, maar hemel en aarde verheugen zich vanwege het Paasfeest: “de hemel zingt het hoogste lied, de aarde juicht uit alle macht” (360:1), “de hemel zingt, door hem verblijd, al d’aarde juich’op deze tijd” (647:2), “hemel en aarde zijn verheugd” (651:4). “Daarom heerst allerwegen blijdschap, het gehele aardrijk is vervuld van vreugde” (prefatie).

Dit soort teksten kunnen ons besef van Pasen verrijken. Want we doen onszelf tekort, als we Pasen alleen zien als de gedachtenis van een historisch feit. Alsof wij met Pasen slechts terugdenken aan het “feit” dat Jezus Christus ooit uit de doden is verrezen. Die gereduceerde betekenis van Pasen kan gemakkelijk leiden tot de weinig inspirerende discussie, of u en ik wel of niet geloven in de opstanding van Jezus.

Maar de vroege kerk, waaraan we de Paasliturgie te danken hebben, stond niet in de eerste plaats stil bij de historische opstanding van het individu Jezus van Nazareth. De vroege kerk keek met Pasen niet terug, maar vooruit. In het voetspoor van de nieuwtestamentische schrijvers zag de vroege kerk Pasen als een begin. Op Pasen begint het koninkrijk van God aan te breken. Op Pasen is de dood overwonnen, het leven hersteld, de schepping vernieuwd.

Waarom zien we daar weinig van terug in ons leven en de wereld van vandaag? Omdat Jezus Christus nog een strijd te voeren heeft tegen de machten van de duisternis. Zijn opstanding was het begin, hij is de eerste van velen die zullen verrijzen. Maar de voltooiïng zal pas definitief zijn, als Christus “alle vijanden onder zijn voeten heeft gelegd” (1 Korintiërs 15:25).

Toch laten we ons met Pasen verleiden, alvast vooruit te kijken naar de uiteindelijke vervulling, waarvan Pasen het begin is. “Welkom, feest’lijke dag, in eeuwigheid moet men u eren, daar alle duisternis heden voor God is gevlucht”. “Het woud juicht met zijn lover en het veld met bloemenpracht. “Hem (…) brengen het zonlicht, het land en de zee hun huldeblijk” (359).

In plaats van “Geloof ik dat Jezus ooit uit de dood is opgestaan?” vind ik het inspirerender om te vragen: “Geloof ik dat de levende God en de verrezen Heer Jezus Christus, in de kracht van de levengevende Geest, bezig zijn deze wereld te transformeren, te herstellen, te voltooien?” In plaats van de verrijzenis van Christus als feit uit het verleden te vieren, denk ik dat het uitdagender is om de verrezen Christus te ontmoeten, die vanuit zijn toekomst – vanuit Gods koninkrijk – op ons af komt. Om ons mee te nemen, om ons op te tillen, om ons te transformeren tot mensen van Pasen.

Mattijs Ploeger