
Kabinetorgel De bouwer van het orgel heeft zijn naam niet op het instrument vermeld, maar na vergelijking met het wel gesigneerde orgel van de Hervormde kerk te Workum, is dit orgel toegeschreven aan Johannes Pieter Künckel (1750-1815). Het bouwjaar wordt geschat op 1785. Het is een kabinetorgel d.w.z. gemaakt voor een kleine ruimte. Voor een instrument als dit, is het aantal registers tamelijk groot. Mogelijk is pas tijdens de bouw besloten tot installatie van een tweede klavier. Dat verklaart misschien ook, waarom het ene klavier wel met schildpadbeleg is uitgevoerd en het andere niet. De drie registers, uitsluitend gemerkt met een “D”(distant), zijn slechts aanwezig vanaf de middelste C van het klavier. Het orgel is gestemd in een Werckmeister-temperatuur. Het instrument staat sinds 1973 in deze kerk. Het zou daarvoor te Santpoort en Rilland-Bath (Zeeland) hebben gestaan. Een andere bron noemt Amsterdam als verblijfplaats. Vanaf 1948 was het eigendom van de Gereformeerde Kerk te Driebergen, tot het werd aangekocht door pastoor J.Spaans en hier in Haarlem werd geplaatst. Grote bekendheid kreeg het orgel in 1976 door de plaatopnamen van alle orgelconcerten van Händel door Daniël Chorzempa en Concerto Amsterdam Na een ruim 220-jarig bestaan was dit orgel aan een grote restauratie toe. Het mechaniek is versleten, waardoor licht en gedetailleerd spel wordt bemoeilijkt. Verder heeft de kerkverwarming een slechte invloed op de balgen, windvoorziening en houten pijpen. Daardoor ontstemt het orgel snel. Begin 1991 vond een noodreparatie plaats aan de grotere houten pijpen. Velen zijn het er over eens: dit is een zeer belangrijk historisch orgel. Het staat momenteel dan ook op de monumentenlijst. Het pijpwerk is nagenoeg origineel: alleen de registers Cornet en Dwarsfluit zijn ooit een aantal pijpen kwijtgeraakt. Wel is in het verleden de toonhoogte veranderd, door alle metalen pijpen iets in te korten en de houten pijpen te verstemmen. Uitwendig heeft het orgel verminkingen ondergaan, delen van de kast ontbreken en het houtsnijwerk is hier en daar beschadigd. Verder zijn de frontpijpen ooit met aluminiumverf bestreken en zijn de luiken, die het orgel eens als een soort kastje konden afsluiten, lang geleden verdwenen. Bij de restauratie zijn de pijpen hersteld, ontbrekende pijpen zijn bijgemaakt, balg, windladen en mechaniek zijn gerestaureerd, kast en snijwerk zijn hersteld en gecompleteerd en de frontpijpen kregen hun tinfolie en verguldsel terug.
|
|