PDF PDF Print

Woord van de pastoor: Geloven in verrijzenis

Hebt u een minuutje?

vroeg de oude man bescheiden. Enkele jaren geleden had hij zijn vrouw verloren. Ik kwam hem de communie brengen. Hij wilde wat kwijt. 

 

Ik heb iets vreemds meegemaakt. Misschien gelooft u me niet. Maar elke avond komt mijn vrouw mij opzoeken. Hij keek me onzeker aan. Dan gaat ze daar zitten. Hij wees naar een stoel links in de kring. Ja, misschien zijn het halluki... dingetjes, hoe noemen ze dat, ik weet het niet ...Ik zie haar zo duidelijk als ik u zie. Ik droom het niet. Ze zegt niets. Ze zit daar maar. 

Even later vervolgde hij: Ik weet dat ze het is. Toen ik in het ziekenhuis lag, kwam ze niet. U weet zelf hoe bang ze voor ziekenhuizen was! Nou, gelooft u dat? Zeg maar als ik gek aan het worden ben. Of zou het door de pillen komen? 

 

Ik voelde me verlegen met zijn vraag. Ik hoor wel vaker zulke verhalen. Wat is dat nu? drong hij aan. Ik weet het niet, zei ik. Ik weet niet hoe het komt dat u uw vrouw ziet, maar in elk geval komt het door de liefde ...

 

Het antwoord was me ingegeven door het verhaal zelf. De man hield van zijn vrouw. Hij verlangde naar haar. In zijn afhankelijkheid verlangde hij elke dag meer naar haar. Wat hem ook overkwam, het was in elk geval gestuurd door de liefde. De liefde die zelfs de dood aankan.

 

 

Geloof jij echt in de verrijzenis?, vroeg iemand. Ja, u moet wel he? U bent pastoor! Ik moest erover nadenken. Want ik geloof wel in de verrijzenis. Maardat is zo gemakkelijk gezegd. Het gaat om een mysterie dat ons voorstellingsvermogen ver te boven gaat. 

En het is niet vanwege de verrijzenis dat ik in Jezus geloof, realiseerde ik me.

Christus is God die leven wekt om zich heen. De mens die steeds tegen de dood kiest. Hij stuurt de stenigers weg van een vrouw die gestenigd dreigt te worden. Hij haalt de tollenaar uit zijn isolement waarin hij gevangen zit. Hij wordt boos op degenen die de kinderen niet als volwaardige mensen zien. Hij durft de melaatse aan te raken en strijkt over de ogen van de blinde.

Onze tijd heeft die keuze broodnodig. Er wordt zo gemakkelijk gekozen voor de dood. We verheerlijken geweld bijna 24 uur per dag op tientallen televisiezenders en verbazen ons als een kind een pistool trekt op een speelplaats. De rijke helft van de wereld heeft miljarden te verdelen. Ontwikkelingshulp staat niet hoog op de agenda. Onze tijd heeft een cynisch gezicht. Het heeft de zachte woorden nodig van het evangelie. 

De verlokking om te kiezen voor het leven.

 

Dat idee geeft mijn leven zin. Ik mag me geroepen weten om het leven te beschermen. Dat lijkt mij de eenvoudige waarheid. Ik hoef daar geen beloning voor, net zomin als Jezus dat hoefde. Er was voor Hem eenvoudig geen andere weg dan die van het leven.

De verrijzenis is ook geen beloning. Het is de verwachting dat het leven waarvoor we kiezen, uiteindelijk overwint. Het is de hoop dat God van ons houdt en dat wij in die goddelijke liefde geborgen zijn, ook als het lichaam ons niet langer meer draagt door de tijd. 

 

Het is een gedicht over de onoverwinnelijke kracht van het leven en de liefde.

Maria Magdalena spoedt zich naar het graf van Jezus. Het is nog vroeg, eigenlijk nog donker. De Sabbat is nauwelijks voorbij. Het eerste wat de vrouw doet is het graf bezoeken. Ze probeert de draad op te pakken waar ze zo abrupt werd afgebroken. Maria spoedt zich erheen bij het krieken van de dag, alsof ze op de vlucht is voor een bóze droom, alsof ze hoopt te ontdekken dat de ramp in haar hoofd niet echt gebeurd is. Een vrouw aan het graf van een vriend, ze zoekt de wonde, het moment waarop alles mis ging, ze zoekt het, want de laatste uren blijven rondtollen in haar ziel.

Wel, over háár grafervaring vertelt het paasverhaal, wat de liefde toevoegt aan wat de ogen zien. Namelijk toekomst. Maria huilt bij het graf. Het was ook allemaal zo snel gegaan. Donderdagavond nog Pasen gevierd, en toen ineens gearresteerd, veroordeeld en terechtgesteld, nog voor de sabbat. 

Geen afscheid had ze kunnen nemen. Zou Hij nog aan haar gedacht hebben? Had ze Hem nog maar even kunnen strelen, had ze nog maar een keer kunnen horen dat Hij liefdevol haar naam uitsprak. Het is niet te verdragen dat Hij er definitief niet meer is. Ze had gehoord dat het paasmaal zo apart was geweest. Net alsof Hij een voorgevoel had gehad, zei Petrus. Net alsof Hij ons wilde troosten. Over het brood op tafel had Hij gezegd: Dit ben Ik en toen had Hij het gebroken. En dan was Hij ook nog de voeten van de leerlingen gaan wassen. Dat had nog een hele opstand veroorzaakt. Maria moest even lachen; door haar tranen heen moest ze even lachen. Ze zag die geschrokken mannen voor zich. Een schande vonden ze het, maar Jezus had voet bij stuk gehouden, zelfs toen Petrus aanvankelijk weigerde.

Weer lachte Maria even tussen de snikken door. Wat die apostelen niet gelukt was, dat had zij wel gedaan. Zij had ooit Jezus de voeten gewassen. Met balsem nog wel. Toen hadden diezelfde jongens wat zitten mopperen. Misschien was het hele idee van die voetwassing wel door haar gekomen. De gedachte gaf haar een warm gevoel van binnen; ze troostte haar en ze wierp een bange blik in de grafruimte. Opnieuw moest ze huilen. Heftiger dan eerst. Er klonk paniek bij. Enkele felle uithalen.  Ze was bang geweest om het dode lichaam te zien, maar nu zag ze niets. Er lag geen dood lichaam. 

Het graf was leeg. Maria weet niet meer hoe ze vertellen moet wat er daarna gebeurde. Ze zag een witte gestalte, ze hoorde mensen praten, ze voelde paniek, maar vooral, ze hoorde haar naam noemen en ze wist ineens met zekerheid dat Jezus niet zielloos in een grot wegteerde maar dat hij leefde. 

Hier,  in deze tuin, in haar hart, bij zijn vrienden,  en zeker bij God.

Ik wens u vanuit de pastorie aan de Kinderhuissingel een vreugdevol Pasen,

Robert Frede, pastoor

Website van de Oud-Katholieke Parochie H.H. Anna en Maria te Haarlem. webmaster@michaelmaas.nl